De asystolie detectiedrempel

De asystolie detectiedrempel (vaak asystolie drempelwaarde genoemd) is de minimale elektrische grens (amplitude) die een AED gebruikt om te bepalen of het hart van een slachtoffer volledig stilstaat (asystolie of 'flatline'), óf dat er nog sprake is van een heel fijn trillend hartritme (fijn ventrikelfibrilleren).

Deze drempel is van levensbelang omdat het bepaalt of de AED wel of geen stroomstoot (schok) adviseert.

Waarom is deze drempel zo belangrijk?

Een AED analyseert de elektrische activiteit van het hart in microvolt (μV). Hierbij gelden twee cruciale scenario's:

  • Fijn ventrikelfibrilleren (Schokbaar): Het hart trilt heel zwak en heeft een heel lage elektrische amplitude. Dit ritme is wel schokbaar. Een stroomstoot kan het hart resetten naar een normaal ritme.
  • Asystolie (Niet schokbaar): Het hart ligt elektrisch volledig stil (de bekende flatline). Een schok geven is hier volledig nutteloos en kost kostbare tijd waarin u beter borstcompressies kunt geven.

De detectiedrempel is de scheidslijn tussen deze twee. Ligt de gemeten waarde boven de drempel, dan ziet de AED het als fijn ventrikelfibrilleren en laadt op voor een schok. Ligt de waarde onder de drempel, dan concludeert de AED asystolie en zegt: "Geen schok geadviseerd, start reanimatie".

Welke drempelwaarden worden gebruikt?

Er is geen vaste wettelijke standaard, waardoor fabrikanten hun eigen drempels hanteren. De Europese Reanimatie Raad (ERC) adviseert een drempelwaarde van 200 microvolt (μV) van piek-tot-piek.

  • Defibtech AED's hanteren 200 μV.
  • Andere fabrikanten kiezen voor een lagere, gevoeligere drempel van bijvoorbeeld 100 μV of 80 μV.

Is een lagere drempelwaarde beter?

Nee, niet per definitie. Hoewel een lagere drempel betekent dat de AED sneller geneigd is een schok te adviseren bij extreem zwakke signalen, heeft het geven van een schok bij een hartritme van bijvoorbeeld 50 μV medisch gezien geen effect.

Het hart heeft dan simpelweg te weinig zuurstof en energie om op de schok te reageren.In dat geval is de officiële richtlijn om eerst hoogwaardige borstcompressies en beademingen te geven. Hierdoor wordt er weer zuurstof naar de hartspier gepompt, waardoor de amplitude van het trillen stijgt (het wordt 'grof' ventrikelfibrilleren) en een schok bij de volgende analyse wél succesvol kan zijn